Mishandeling
Ik heb mijn vader één keer geslagen. Ik was de hond aan het aaien, stond over hem heengebogen, mijn vader half achter me. Ik kwam overeind, wilde hem ook aaien op het moment dat hij naar beneden kwam. In plaats van een aai kreeg hij een klap. Hij was daar niet blij mee. Ik ook niet. Dat is geen mishandeling.
Hij heeft mij nooit geslagen. Wel was hij heel driftig. Zijn driftbuien waren volkomen onberekenbaar. Ik heb, als volwassen vrouw van veertig, een keer verstijfd van angst naast hem in de auto gezeten omdat hij vreselijk kwaad op me was en met zijn vuist op de stoel naast me sloeg. Ik dacht: als ik beweeg, slaat hij met de volgende vuistslag mij. Ik dorst niet eens uit de auto te vluchten. Alleen maar doodstil zitten wachten tot het over was. Mishandeling? Hij zou vinden van niet. Ik denk van wel.
Jammer genoeg heb ik niet alleen zijn krullen maar ook zijn driftbuien georven. Het heeft jaren geduurd van praten en therapie voor ik ze enigszins kan beteugelen en het beste resultaat is er sinds een paar jaar met medicatie. Ik weet wat voor effect het op iemand kan hebben, ik herinner het me maar al te goed. Toch kon ik ze niet tegenhouden.
Vorige maand had ik het hier een keer over veiligheid. Dat veiligheid te maken heeft met macht en onmacht. Dat geldt misschien nog wel meer voor mishandeling. Mishandeling tussen twee gelijke machten zal niet snel plaatsvinden. Degene die mishandelt is sterker dan, heeft macht over, degene die mishandeld wordt.
Dat maakt de mishandelde de zwakke partij. Dat zijn dan bijvoorbeeld kinderen, vrouwen en ouderen.
De verantwoording ligt bij de sterkere. Hij of zij heeft niet alleen de verantwoording voor de zwakkere, maar ook de verantwoording over zijn eigen zelfbeheersing. Ook al is hij of zij in een positie te mishandelen: hij moet dat niet doen. Louter het feit dat het kan, is nog geen reden het te doen. Die zelfbeheersing kost ook kracht. En geeft ook voldoening. Maar de mens is daar niet echt op ingesteld. Geef hem een auto die harder kan dan de maximumsnelheid en hij zal vrijwel altijd wel een keer harder rijden als hij denkt dat hij niet gepakt zal worden. Zelfdiscipline, zelfbeheersing, je goed gedragen gewoon omdat je dat zelf wil... Blijkbaar is dat maar een dun laagje beschaving.
Het gaat gelukkig meestal wél goed. Ouders hebben de zorg en de verantwoording voor hun kinderen. En ondanks dat ze veel groter en sterker zijn, is kindermishandeling geen gewoonte, maar een uitzondering. Datzelfde geldt voor andere vormen van mishandeling: het zijn uitzonderingen. De slachtoffers hebben niks aan die constatering. Voor de slachtoffers is ieder geval er een te veel.
Kindermishandeling is meestal vrij simpel: de ouders zijn de daders.
Bij mishandeling van ouderen ligt het anders. De daders kunnen de kinderen zijn, maar ook de verzorgers. Niet alleen bij ouderen overigens, ook bij gehandicapten. Verzorgers of medebewoners. Mensen in zo'n situatie zijn machteloos. Als je door je kinderen wordt mishandeld, is er de schaamte. Als je wordt mishandeld door de mensen die voor je moeten zorgen: bij wie moet je terecht met je klacht? Wat als je klaagt en 'het wordt op je verhaald'?
Toch is er over praten het beste wat je als slachtoffer kan doen. Zoek iemand die je vertrouwt, vertel je verhaal. Ga hogerop als dat nodig is. Wees niet bang voor de gevolgen. Geloof me: jouw houding is niet verantwoordelijk voor de mishandeling. Wat jij als slachtoffer ook doet: de dader is verantwoordelijk. En het maakt niet uit wat jij doet: hij zal altijd een reden vinden om je te mishandelen. Denk niet: als ik me koest houd, gaat het wel over. Denk niet: als ik dit of dat, dan gaat het wel over. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn daden, jouw houding zal daar niets aan veranderen.
De macht van de sterkste.
De sterkste die moet accepteren dat de zwakste de grenzen aangeeft. En niet omgekeerd.
--
Christa, maart 2010
Burgerschap
Wat moet ik verstaan onder burgerschap?
Heeft het te maken met normen en waarden, met diversiteit, met inburgering? Ik heb het moeten opzoeken en inderdaad, daar gaat het om. Het is een domme vertaling van het Engelse woord citizenship. Nederland heeft namelijk geen burgers, maar onderdanen. Omdat we een koninkrijk zijn.
We hebben het dus vandaag niet over burgerschap maar over onderdaanschap. Nou, Maxima heeft een paar fraaie onderdanen. Dat staat vast. Zo vast als een koningshuis. Waar het koninklijke vakantiehuis komt te staan, staat nog niet zo vast maar dat is een ander onderwerp.
Een veel beter woord dan burgerschap is 'nabuurschap'. Want ik hoef niet door één deur te kunnen met 16 miljoen andere Nederlanders. Ik heb alleen maar te maken met de mensen om me heen, in mijn naaste omgeving: mijn buren. Nabuurschap dus.
Ik woon in een flat en bij mij op de galerij wonen mensen uit alle windstreken. Omdat het gebouw stamt uit 1975 wonen er nog al wat Indische mensen, maar omdat het huurflats zijn wonen er ook buitenlanders die tijdelijk in Nederland wonen. En er wonen ook mensen van wie de voorouders al drie, vier, -tig generaties volbloed Nederlanders zijn. Mijn eigen buitenlandse wortels liggen in de hugenotentijd in Frankrijk, maar dat is al honderden jaren geleden.
Al die mensen op mijn galerij zijn verschillend. Al die mensen op mijn galerij zijn hetzelfde. Maar zelfs al zouden we allemaal tiende generatie Nederlands zijn, dan nog blijven we verschillende mensen. Gelukkig maar. Want stel je nou eens voor dat we allemaal hetzelfde zouden zijn.... natuurlijk is het leuk om er uit te zien als Maxima, maar voor hetzelfde geld zouden alle vrouwen op mij lijken. Of op Marijke Helwegen. Of op Twiggy.
Ik zou heel goed kunnen leven in een wereld waar uitsluitend George Clooneys rondlopen, maar ik moet er niet aan denken dat alle mannen lijken op Docters van Leeuwen.
Verschillen. Sommige mensen zijn vegetarisch. Anderen eten wel vlees, maar geen varkensvlees. Of geen rundvlees. Als we allemaal hetzelfde zouden eten, dan zou dat eten gauw op zijn. Als we allemaal alleen maar van griesmeel zouden houden zou er al gauw een graan- en melktekort zijn.
Ik hou van twee mannen. Ja, mag ik alsjeblieft? Simone Kleinsma heeft twee personal assistents, ik heb twee mannen. Mijn twee mannen schelen zo'n zes jaar in leeftijd. Dat is een verschil. Verder zie ik na vijf jaar met ze samen te hebben gewoond, vooral een hoop gelijkenissen. Dat vind ik wel eens jammer, want ik dacht dat die tweede anders was maar blijkbaar is mijn voorkeur ingeprent op een bepaalde type.
Verschillen. Mensen verschillen omdat ze mensen zijn, maar mensen verschillen ook omdat ze in verschillende culturen geboren worden en opgroeien. Die verschillende culturen samenvoegen gaat niet altijd even soepel. Nederlanders hadden de naam heel tolerant te zijn, maar we hebben ook het spreekwoord 'wat de boer niet kent, dat vreet ie niet'.
Vandaag heb ik een hoofddoek om. Dat is een verschil met anders. Maar ik ben nog wel dezelfde Christa Jonkergouw. Dat verandert namelijk niet. Of ik nou een hoofddoek draag of niet: ik ben wie ik ben. En ik slaap dan wel niet met George Clooney, ik word ook niet wakker tussen Doctors en Van Leeuwen.
Christa, februari 2010
Duurzaamheid
Duurzaamheid lijkt alles te maken hebben met het milieu en de opwarming van de aarde. Maar in wezen is duurzaamheid veel meer. Duurzaamheid maakt dat de mens langer gebruik kan maken van de aarde. Volledige duurzaamheid betekent dat de mens de aarde niet langer plundert mar dat we grondstoffen op zo'n manier gebruiken, dat er geen verlies optreedt. Dat de aarde die we overdragen aan de volgende generaties hetzelfde of beter is dan die die wij kregen van de ons voorgaande generaties.
Recyclen is daarvan een voorbeeld. Maar eigenlijk is recyclen maar zelden de juiste term. Meestal is er wel sprake van hergebruik, maar in een mindere vorm en ben je in wezen aan het downcyclen.
Ik ben een tijdje bezig geweest met het project "Cradle to Cradle". Duurzaamheid in de ultieme vorm. Van wieg tot wieg. Dat wil zeggen dat je producten zó gebruikt dat ze opnieuw gebruikt kunnen worden als jij ze niet meer nodig hebt. En dat ze dan nog minstens dezelfde waarde of meer waarde hebben.
Bij Cradle to Cradle produceer je als het ware helemaal geen afval meer. Alle organische afval stop je terug in de bodem en komt in de vorm van eten weer terug. En als je een huis bouwt van materialen die niet veranderen, dan kun je die materialen opnieuw gebruiken als je je huis afbreekt. Dat betekent bijvoorbeeld wél dat je je materialen zo 'puur' mogelijk moet gebruiken. Want alleen dan kun je die materialen later opnieuw gebruiken.
Als je bijvoorbeeld een samenstelling maakt van hout en plastic vezels, dan heb je blokken die je naderhand flink moet bewerken om er weer houtvezels en plastic van te maken. Dat kost veel energie. Maar bedrijven die zich toeleggen op het scheiden van afval, worden wel steeds beter daarin.
Zelf scheiden we natuurlijk ook al heel lang afval. Maar het blijft lastig. Ik woon op een flat, wij hebben beneden in de flat grote containers staan voor papier en restafval, maar buiten staan twee groencontainers. Daar zitten echter zo vaak plastic zakken in, dat ik mijn eigen groenafval nauwelijks apart houd: het is zinloos om dat in die bakken te gooien.
Nu komen er her en der containers voor plastic. Dat wordt nog lastiger, dan heb ik straks een hele milieustraat in mijn keuken. En helaas: daar is mijn keuken niet groot genoeg voor. Balkon? Ook te klein.
Wat bij ons dan weer wel werkt is de haal-en-brengplek. Het heeft eigenlijk niet echt een naam, maar in de ruimte voor de containers is een muurtje waar mensen duurzame gebruiksartikelen kunnen neerzetten of -leggen die ze niet meer willen, maar die nog niet kapot zijn. Mijn citruspers vond daar een plekje en een nieuwe baas bijvoorbeeld. Ook mijn toetsenbord, dat ik zo ijverig had schoongepoetst en bovenaan de trap had gelegd om mee te nemen naar kantoor waar we nu met iele, zielige plastic toetsenbordjes moeten werken.
Een van mijn partners dacht dat dat voor de 'inruil' was en legde het beneden neer. Toen ik daar achter kwam, was het uiteraard al weg.
Een andere manier van nul- of upcyclen is iets terugdoen terwijl je iets gebruikt. Een van de ideeën die bij mijn workshops Cradle to Cradle naar boven kwam was om de dekzeilen van vrachtwagens van materiaal te maken dat fijnstof uit de lucht filtert. Als je zo'n vrachtwagen daarna wast, kun je dat fijnstof er af wassen en het water filteren, zodat er minder fijnstof in de omgeving komt en woongebieden schoner worden.
Als je zelf iets wilt doen, kun je opletten wat je koopt. Opletten waar het vandaan komt bijvoorbeeld en kleding kopen van enkelvoudige stoffen en niet van een mix van allerlei vezels. En niets zomaar weggooien, maar altijd alles in een afvalbak.
Moeten we zelf iets doen? Ja. Want er komt een tijd, om met Claudia de Breij te spreken, dat je kleinkind tegen jou zegt: maar jullie wisten dat toen toch ook al allemaal? Waarom hebben jullie toen niets gedaan?
Christa, februari 2010
Veiligheid (3)
Veiligheid heeft te maken met macht en onmacht. Ik heb een klein hondje. Een Maltezertje. Een beetje verknipt Maltezertje. Hij was zes toen we hem kregen uit het asiel en ik weet niet wat er in die eerste zes jaar met hem gebeurd is, maar hij vindt het niet zo leuk als ie opgetild wordt. Dan gromt hij. En hij bijt ook wel eens een enkel keertje. Ik ben dan niet erg onder de indruk. Zeker niet van het grommen. Dat kan ik harder. Bovendien kwispelt ie erbij, hij heeft donders goed in de gaten dat het niet goed is wat hij doet.
Stel nou dat mijn Maltezertje een Rottweiler was. Met dát gedrag had hij al lang niet meer geleefd. Want Rottweilers boezemen al gezag en angst in als ze nog niet eens brommen.
Macht en onmacht.
Iedere man heeft de macht om iedere vrouw te verkrachten. En zolang er nog maar één man op aarde is, die dat van tijd tot tijd doet, zal iedere vrouw in iedere vreemde man een potentiële verkrachter zien. Ja, zegt mijn aardige, vriendelijke buurman dan: maar ik ben helemaal geen verkrachter. Vast niet. Maar hoe moet ik dat weten?
Macht en onmacht.
Er belt iemand aan de deur. Een vrouw doet open en krijgt gelijk een mes op haar keel. Ze raakt gewond, ze raakt haar portemonnee kwijt. Ze wordt niet verkracht. Maar zolang er nog één man op aarde rondloopt met een mes, zal iedere vrouw in iedere vreemde man een potentiële overvaller zien.
Macht en onmacht.
Je fietst over een dijkje, net buiten de stad. Ineens springt er een man voor je fiets en begint op je te schieten. Je raakt gewond.
Zolang er mensen met wapens zijn, zal iedereen bang zijn voor ieder ander. Bang om beschoten te worden.
Macht en onmacht.
Je zet je fiets voor de deur. Op slot. Aan een ketting, aan een boom. Als je terugkomt is hij weg. Er was iemand die de macht had het slot door te knippen en jouw fiets mee te nemen. Zolang er nog één iemand fietsen steelt, zal iedereen in ieder ander mens in potentie een fietsendief zien.
Macht en onmacht.
Iemand smokkelt explosieven een vliegtuig in. Ze ontploffen niet, maar iedereen is vanaf dat moment bang voor iedere medepassagier. Heeft ie explosieven bij zich of niet? Is hij een terrorist - iemand die terreur, angst zaait - of niet?
Macht en onmacht.
Iemand roept dat alle dikke blondjes achterlijk zijn. Of dat alle Turken stinken. Of dat alle Fransen alcoholist zijn. Of dat alle Marokkaanse jongeren in Nederland misdadigers zijn en alle vrouwen met hoofddoekjes onderdrukt worden. Ik heb niet de macht om die man zijn mond te snoeren. Hij kan roepen wat hij wil. En zolang hij dat roept, zijn er mensen die denken dat hij gelijk heeft en er zijn mensen die denken: hoe kan hij dat nou zeggen?
Je kunt die macht- en onmachtsituatie nooit helemaal uitsluiten. Twee mensen zijn nooit helemaal gelijk. De een is iets sneller dan de ander, de ander is iets sterker dan de een. Je kunt wel afspraken maken. Je kunt afspreken dat mannen vrouwen niet verkrachten of beroven. Je kunt afspreken dat die fiets van mij is en dat dat betekent dat niemand anders er aan mag komen, tenzij met mijn toestemming.
Tenzij met mijn toestemming.
Als iemand iets doet met iets dat van mij is, moet hij mijn toestemming daarvoor hebben.
Ik geef mannen geen toestemming mij te verkrachten.
Ik geef mensen geen toestemming mij te overvallen of mijn fiets te stelen.
Ik geef mensen geen toestemming om mij zomaar dom te noemen omdat ik dik ben. Als je me kent en je vindt dan nog steeds dat ik dom ben, dan mag je dat zeggen. Dan zal ik met je in discussie gaan omdat ik niet zomaar zal willen aannemen dat ik dom ben, en dan is het aan jou om te bewijzen dat ik wél dom ben. Jij bent tenslotte degene die die uitspraak doet. En als ík niet dom ben, dan kun jij nooit meer roepen dat alle dikke vrouwen dom zijn. Want dat is niet waar. Ik bewijs dat dan namelijk in mijn eentje.
Zo kun je ook nooit zeggen dat alle Turken stinken of alle Fransen alcoholist zijn.
Daarom kan meneer Wilders nooit hard maken dat zijn uitspraken 'de waarheid' zijn en dat hij daarom mag zeggen wat hij zegt.
Macht en onmacht.
Wij hebben de macht om ervoor te zorgen dat hij die macht niet krijgt. Gebruik die macht. Op 3 maart.
VWO en HAVO in Zuid West
Mijn eigen middelbare schooltijd bracht ik door op Stevin in de Zuidlarenstraat. Eerst de brugklas, toen het gymnasium, daarna blijven zitten en overgestapt naar het atheneum. VWO - voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Voor mij een volstrekt foute keuze. Ik ben iemand die leert in de praktijk. Een MBO-opleiding was voor mij veel geschikter geweest.
Stevin is er nog. Maar om nou te zeggen dat Gymnasium en Atheneum nog lijken op toen ik er zat... Scholen zijn veranderd. Mijn eigen schooltijd was in het begin van de mammoetwet. Toevallig heb ik van de week zitten praten met de dochter van één van de grondleggers van die wet. Vanaf dat moment is het onderwijs geloof ik geen moment meer veilig geweest: de ene verandering na de andere aanpassing. Het enige dat je er als buitenstaander van merkt, is dat het slechter wordt. Dat leerlingen steeds slechter opgeleid van scholen afkomen, dat zelfs PABO-studenten gebrekkig Nederlands spreken en niet kunnen rekenen.
Zolang ik me kan herinneren sluiten opleidingen en werkaanbod ook niet goed op elkaar aan. Ik ben grootgegroeid in de jaren zestig, ik zit tussen de babyboomers en de generatie nul in. Veel van mijn leeftijdgenoten vonden geen werk en bleven eindeloos studeren in met name de 'zachte' sector. Intussen was er een enorm tandartsentekort. Maar toen mijn klasgenoten afgestudeerd waren als tandarts, konden ze geen werk krijgen. Diezelfde golfbeweging van te veel vraag naar te veel aanbod is er altijd in heel veel sectoren. Het onderwijs lijkt er dus altijd achteraan te hobbelen.
Als iemand nu wist aan welke werkkrachten over tien jaar behoefte is, dan zouden we het onderwijs daar op kunnen afstemmen. Met het risico dat we te veel specialisten afleveren, zodat er op een ander gebied toch weer een tekort komt.
Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Dat geldt heel sterk voor middelbare scholen. Maar het is blijkbaar nog altijd niet mogelijk om jongeren goed op te leiden voor die toekomst.
De oplossing ligt volgens mij in goede, algemene, voorbereidende opleidingen. Met in ieder geval goed taal- en rekenonderwijs. Leer jongeren zoveel mogelijk, zo breed mogelijk. Laat ze niet te vroeg kiezen, laat ze desnoods na elkaar verschillende richtingen kiezen, maar leer ze zoveel mogelijk. Probleem is dan wel: hoe houd je ze geïnteresseerd in het leren?
Ik las van de week dat er ergens een 'kleine klassen' school is opgericht. Niet meer dan 16 leerlingen per klas. Geen huiswerk, maar wel volle schooldagen met intensieve begeleiding. Kan heel goed werken. Al zolang ik me herinner wordt er gemopperd over de grote klassen, maar ze zijn in die vijftig jaar nog niks kleiner geworden.
Laat jongeren werken en leren. Stages. Leerwerkplekken. Maar die liggen niet voor het opscheppen, mensen begeleiden in hun werk-met-opleiding kost geld. Iedere werkgever heeft tegenwoordig wel de mond vol van HRM-beleid - human resources, menselijke bronnen, kijken naar de capaciteiten van je werknemers, maar als puntje bij paaltje komt, wordt daar nog altijd maar bitter weinig mee gedaan. Zelfs bij de overheid, zo ondervind ik al jaren.
Melkertbanen, een prachtig initiatief, zijn afgeschaft. En toen ze er waren, was er weinig doorstroom naar regulier werk. Maar die mensen krijgen nu vaak nog steeds een uitkering - alleen kunnen ze er niets meer tegenover stellen en ook niks meer bij leren.
Ik ben er tegen om mensen met een uitkering verplicht aan het werk te sturen in een beroep waar ze niets voor voelen. Dat werkt niet. Maar er zijn zoveel banen, nee, er is zoveel werk wat gedaan zou kunnen worden met behoud van uitkering waar mensen wél voor zouden kiezen als ze de keus hadden.
Human resource management op grote schaal. Kijken naar wat je in je kaartenbak aan mogelijkheden hebt en goed matchen. Dat zou een begin kunnen zijn. Dan kun je ook jongeren met een brede opleiding inzetten en die kunnen dan in de praktijk leren wat ze willen en wat ze kunnen.
Maar dat zal wel een te simpele oplossing zijn.
:: Next >>
Recent comments