| « Hiddink wel, Wilders niet | Een nacht alleen » |
Rhenen
Het is ongeveer een kwartiertje lopen van het station naar het hotel. Net toen ik de laatste huizen achter me liet, zo ongeveer halverwege, gingen de straatlantaarns uit. Ik dacht nog: hm, die hadden ze best een kwartiertje langer mogen laten branden. Maar toen ik bij het hotel aankwam bleek alles uit behalve de noodverlichting. Ik wist gelukkig wel hoe ik een automatische deur open kreeg. Gewoon je vingers ertussen en open trekken. Zo zijn die vergaderingen met de verwantenraad toch nog ergens goed voor. En zo zat ik om kwart voor tien op mijn kamer met een kaars.
De eerste poging om het netwerk weer op te starten mislukte rong half twaalf. Er was 4-tiende seconde licht en een geluid van de telefoon. En toen weer stil en donker. Toen heb ik mijn kaars in de badkamer gezet. Ik wilde hem niet uitdoen, ik heb immers geen aansteker of lucifers.
De tweede keer, ergens tussen één en twee lukte het wel. Toen was er licht - ook in de badkamer. Dus moest ik mijn bed weer uit. Maar ik heb sowieso niet super geslapen. Dat lijkt toch wel erg een gewoonte te worden.

Reacties