Ik weet het.
Geen oorkonde.
Maar vijftien jaar is toch niet niks.
Vijftien jaar geleden was het vrijdag. De vrijdag na Hemelvaartsdag. Woensdagsavonds laat was Con teruggekomen uit Duitsland. Donderdags vonden we een te moeilijke dag om direkt al te stoppen. Dus werd het vrijdags. Donderdagsavonds heb ik me letterlijk een
nicotinevergiftiging gerookt. Doodziek was ik tegen middernacht. Toen hebben we alle asbakken verzameld en buiten in de wijkcontainer
geleegd en op één na ook al die asbakken weggegooid. Die ene hebben we afgewassen en opgeborgen.
Wat we nog aan sigaretten hadden hebben we ook weggegooid. Eerst natgemaakt en toen weggegooid.
Maanden, jaren later kwamen we nog her en der in lang-niet-gebruikte tassen halve pakjes sigaretten tegen en aanstekers.
De hondjes, ook wel bekend als de baggerboys, moesten er ook aan geloven. Iedere keer als ik een sigaret wilde, nam ik ze mee op sleeptouw het park in. Volgens mij had Kingetje op den duur blaren!
Ik herinner me een avond in Utrecht, pakweg zes jaar geleden, toen ik bij McDonalds zat terwijl Con in de rij stond om iets te halen en er iemand een vuurtje aan me vroeg. Ik zei: ik rook niet. Dat was de eerste keer dat ik dat zei zonder dat ik er 'meer' achter zei. En zo voelde het ook. Ik rook niet. Niet: ik rook niet meer, maar gewoon: ik rook niet.
Een hart onder de riem voor alle beginnende stoppers? Ik weet het niet. Het heeft verdomd lang geduurd voor ik 'aan de andere kant' was. Maar die overkant is er wel. Wat jij nu doormaakt, heeft iemand hier ook al een keer meegemaakt. Zoek maar op een trefwoord en nssmr en je vindt het. Rookdromen, ruzies, struikelpartijen, enz. enz.
Vijftien jaar.
15 x 365 x één pakje per dag.
Rijk word je er niet van. Maar ik zou me nu niet meer kunnen permitteren te roken! En het heeft me ontzettend veel (kilo's) opgeleverd. Vrijheid. Rust.
Het leven is leuk zonder peuk!!!!!
Stoute wielen
Vanmiddag na de fysio in Zaamslag de stoute wielen ondergebonden en vanaf daar naar de Scheldedijk gereden.
In mijn naiviteit dacht ik dat ik met de scoot wel de dijk op kwam maar het is duidelijk dat Rijkswaterstaat niet wil dat er mensen op de dijk komen want nergens was er een opgang waar ik met de scoot naar boven kan.
Gelukkig is dat maar een kleine tegenvaller in het grote geluk van de herwonnen vrijheid van met je hoofd in de wind rijden en het landschap bewonderen. En dat dan zonder dat mijn benen het begeven of na 10 minuten uitgeput bent.
In Poonhaven kwam ik nog een oldtimer tegen. Die gaat voorlopig nergens naar toe lijkt mij.
Na ruim anderhalf uur was ik uitgeput maar met lege hersens weer thuis, eindelijk weer eens leeg.
Hoe voorkom je een burnout?
1. Genoeg slaap
2. Beweging
3. Groen, ga de natuur in
4. Pauzeer regelmatig
5. Werk (niet meer dan) 40 uur.
6. Ga op vakantie

Bron: TheSimpleDollar.com
Trappen en kilometers
Mijn leven in beweging.
Ik verdeel mijn tijd momenteel tussen Den Haag, Sneek, Winschoten, Zwolle en Stoppeldijkveer.
In Stoppeldijkveer ben ik zoveel mogelijk weekenden.
Daar is mijn huis. Daar is Con. Daar zijn Charlie en Jeetje.
In Den Haag is mijn werk. En daar heeft Henk een flat waar we samen drie a vier dagen per week zijn. Als ik niet ergens anders ben.
Mijn werk voor Doc-Direkt betekent echter dat ik niet alleen in Den Haag werk. Er zit een deel in Winschoten en een deel in Apeldoorn. Dat betekent dat we de OR-vergaderingen houden in Zwolle. Daar zit ik dus gemiddeld twee keer per maand een dagje.
Het DB van mijn OR zijn twee mensen uit Winschoten. Eens in de maand ben ik dus ook een dag in Winschoten. Voor overleg en voor contact.
Dan is er nog mijn vriendin B in Sneek. Terminaal ziek. Met een aantal vrienden hebben we een soort mantelzorgnetwerk gemaakt. Nu komt het heel goed uit dat ik regelmatig in Zwolle en Winschoten moet zijn en zij in Sneek zit. Typische kruisbestuiving: ik kan makkelijker naar mijn werk in het Noordoosten van het land en zij heeft hulp in de avond, nacht en ochtend.
Zij ligt boven in de slaapkamer op de eerste etage. Ik zit veel beneden en ik slaap op zolder. Ik denk dat het aantal traptreden overeenkomt met het aantal kilometers wat ik afleg.
Grote jongens huilen niet
Wakker worden vanochtend. Om je heen kijken en zoeken naar die rode kater, met die heel mooie gouden ogen, want die ligt altijd in de buurt.
Geen Ach.
Opstaan. Koffie. Nog een keer koffie. Jeetje komt een paar keer binnen.
Geen Ach.
Alles inpakken, Charlie uitlaten, auto keren. Jeetje loopt mee.
Geen Ach.
Auto inladen, gedag zeggen, en op weg naar Den Haag.
En daar is Ach. Liggend in de berm langs de provinciale weg.
Een bloeddruppel uit de mondhoek, maar verder uiterlijk gaaf. En zo stijf als een plank.
Lief draagt hem naar de koer, zodat Con hem vanmiddag verder kan begraven.
En zodat zowel hij als Charlie hem vanavond niet zullen vinden.
Op weg naar Den Haag. Tranen staan dicht bij. Erg dicht bij.
We troosten elkaar, Lief en ik, met relativeren.
Enfin .... dat was Ach.
Dag jongen.
Update!!!!
En ik, Con, ben nog maar eens door de grote hoeveelheid foto's gegaan waarvan er dus vele niet online staan.
Bedoel je deze ogen?
Mantelzorg
Sinds eind december ben ik steeds een paar dagen bij een vriendin in Sneek. Samen met nog een aantal andere vrienden en vriendinnen zorgen we voor haar.
Onze vriendschap was er tot nu toe een die zich voornamelijk afspeelde per mail. Een enkel telefoontje en een of twee keer per jaar zagen we elkaar. Dat was prima. Maar nu ben ik hier steeds een paar dagen. Ik ga mijn eigen gang, als ze me nodig heeft, belt ze.
Ik realiseer me hoe fijn ik het vind om te doen. Het is geweldig om op deze manier nog een paar keer bij haar te kunnen zijn en dit contact te hebben. En ik weet nu al een paar vriendinnen, waarbij ik hoop dat we dit ook ooit eens voor elkaar kunnen doen. Het hoeft geen dagenlang, maar gewoon eens een dagje voor iemand zorgen die dat zelf niet meer kan (maar nog geen verpleeghulp nodig heeft)... Ik hoop dat er ooit ook mensen dit voor mij willen doen.
Fietslampje
Toen Christa en ik laatst bij de fietsenmaker waren voor een bidonhouder op mijn rolstoel vond Christa zo'n mooi rood lampje om achter op mijn rolstoel te doen zodat ik 's-avonds tenminste van achter zichtbaar zou zijn.
Na een paar dagen heb ik het lampje op verzoek van Christa overgezet op mijn rollator omdat ik daar wel 's-avonds mee aan de haal ga als ik Charlie uitlaat. Het is weliswaar maar een kort stukje hier op de dijk maar wel zonder lantarenpalen. Ik vond dat natuurlijk wel onzinnig maar wel iedere keer het lampje aangedaan want het geeft net dat beetje licht wat ik vooral naast het huis toch wel nodig heb.
Maar gisteren werd toch het belang bewezen van het lampje. Terwijl ik van de hoek terugloop naar ons tuinhekje komt een van de buurmannen vanaf het eind van de straat achteruit naar mij toe. Toen ik het lichtje van volcontinue aan omzetten naar knipperend remde hij af en blijf ter hoogte van mijn tuinhekje staan en liet Charlie en mij eerst naar binnengaan om daarna door te rijden.
Toch wel goed dat onzinnige idee van Christa ;-)
PS. Die bidonhouder is overigens gelukt en bij ziekenhuisbezoeken heeft hij al zijn waarde bewezen.
koffiedrab
Iedere keer als ik een pak snelfilterkoffie moet openmaken moet ik aan mijn broertje denken.
Toen hij ons zag modderen met zo'n pak en mopperen dat we toch altijd weer koffie morsten zei hij dat HIJ dat zonder morsen kon.
Ja, ja, nou, bewijs dat maar.
Voor dat we koffiedrab konden zeggen liet hij ons zien hoe dat dan in zijn werk gaat en inderdaad zonder morsen!
En het is zo simpel dat wij het hadden kunnen verzinnen.
1. Haal het papier van het pak.
2. Prik in de bovenkant met de punt van een schaar een gaatje zodat het vacuum verdwijnt
3. Haal de naad naar boven en schudt deze een beetje uit
4. Knip de hele bovennaad er af
5. Leeg het pak in de koffiebus
Als alles goed is gegaan is het zonder morsen gegaan.
En dat dankzij mijn broertje
Bureaucratie
Ja ik weet het: ik ben zelf ambtenaar. En nu zelf slachtoffer van de bureaucratie.
Een aantal jaren geleden kreeg ik een brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik was met ingang van toen "Ambtenaar in algemene dienst, tewerkgesteld gesteld bij het Ministerie van Economische Zaken".
Bij Economische zaken had ik natuurlijk een personeelsnummer.
Dit jaar ben ik in april veranderd van ministerie. Ik werk nu voor het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Inmiddels is er een rijksbrede 'afdeling personeelszaken': P-Direkt. Dat is mooi. Dat scheelt een hoop bureaucratie zou je denken. Mijn P-dossier van EZ staat nu bij P-Direkt en als ik van ministerie verhuis, blijf ik natuurlijk "Ambtenaar in algemene dienst", ik word alleen tewerkgesteld bij een ander Ministerie.
Ho.
Stop.
Zo makkelijk is het natuurlijk niet.
Ik heb nu van het Ministerie van Binnenlandse Zaken een ander personeelsnummer.
Mijn oude P-dossier is goed afgesloten (zelfs ik kan er niet meer bij omdat ik nu via een ander emailadres inlog) en om in het nieuwe dossier ingevoerd te krijgen dat ik al meer dan 13 jaar ambtenaar ben, moet ik bewijsstukken daarvan overleggen. Het is niet voldoende dat ik invul dat ik van 1-2-1998 tot 14-4-2011 bij het Ministerie van Economische Zaken heb gewerkt. Ik moet daarvan een bewijs overleggen. Dat kan ik krijgen door een verklaring van arbeidsverleden op te vragen bij bijvoorbeeld het ABP.
Dat arbeidsverleden wordt gebruikt bij het bepalen van de datum van mijn ambtsjubileum en of het recht op sommige regelingen (bijvoorbeeld ouderschapsverlof) goed geregistreerd zijn.
Nou, vorig jaar was ik 12,5 jaar in dienst van de overheid. Die bonus heb ik dus gehad. En de 25 jaar ga ik niet meer meemaken, dus daar hebben we die datum niet voor nodig. Kinderen ga ik niet meer krijgen, dus ouderschapsverlof hoef ik ook niet. Dat wil zeggen: ik zou het wel willen hebben, maar ik krijg het toch niet.
Ik weiger om bewijs te overleggen van mijn arbeidsverleden.
Het is bekend.
Ze zoeken het maar uit.
Jeetje
Wat moet ik hier nou mee lijkt Jeetje te denken.
Badende vogeltjes lustig kwetterend vlak voor me neus
Goed gedaan
Mijn lief, degene die hier enkele dagen van de week is, Christa dus, is in het dagelijks leven ambtelijk (OR) secretaresse (ja, ik weet het. maar zo schrijf IK het)
In die hoedanigheid heeft ze zelfstandig haar eerste verkiezingen georganiseerd.
Natuurlijk verliepen die goed. Met, durf ik bijna te stellen, met een overweldigende opkomst.
Rara, aan wie lag dat?
Goed, hoor, Lief
x x
Grote jongens huilen niet (2)
En dan zie je de foto's van het gespuis.
En dan loopt je hart vol.
En dan relativeer je maar (het moet zo, het is het beste, zo).
En dan staan de tranen toch nader dan de lach.
De serre en het water
Toen we definitief besloten om van Stoppeldijkveer ons huis te maken, was ook al snel de beslissing genomen dat ik in de serre mijn domein zou krijgen. Probleem: de serre lekte. Op een aantal plaatsen. De aanhechting op het atelier was niet waterdicht en vooraan bij de dakgoot stonden ook tupperwarebakjes om het water op te vangen bij regen.
Christa is een aantal keren het dak opgegaan met verschillende middelen, maar uiteindelijk was het een paar weken geleden dan toch zo ver dat we dachten dat het niet meer lekte.
Toen ging het regenen. En toen bleek dat het water gewoon onder de deur door naar binnen liep. Gelukkig lag de nieuwe vloer er nog niet in en was er ook nog niks ingericht. De schade in de garage, waar het water ook naar binnen liep, was veel groter. Daar stonden nog allerlei verhuisdozen waarvan de inhoud nu voor een deel verpest was.
We hebben een gootje gegraven langs de serre en er voor gezorgd dat de boel weer droog werd. En er kwam een nieuwe ondervloer en mooi zeil.
We merkten de laatste weken wel dat de riolering wat moeite had met de aanvoer. Alle regen, maar ook het grotere verbruik van drie of vier personen waar er jarenlang maar één gebruik maakte van toilet, douche en wasmachine, zorgde ervoor dat er regelmatig borrelende geluiden uit de krochten opstegen. Ontstopper leek te helpen, maar niet afdoende.
Afspraak gemaakt met de rioolreinigers. Helaas konden die pas twee weken later komen, op 5 september. Dat was nou net effe twee dagen te laat. Op 3 september waren de buien weer zo hevig dat het water uit het riool in de serre naar boven kwam. En toen Christa uit de badkamer handdoeken ging halen, kwam ze er achter dat daar de prut vrolijk naar boven borrelde.
Dat was op 4 september toch een andere verjaardag dan ik had gedacht. En Christa ook. Want dweilen en vijf wassen mee naar Den Haag nemen als aandenken... nee dat stond niet op de planning.
Begin deze week is het riool gereinigd en is de vloer van de serre provisorisch hersteld. Donderdag is de hulp als een razende tekeer gegaan om de serre deels in te richten maar vooral om het atelier uit te ruimen.
En toen... werd het 10 september. Met Charlie nog even naar de brievenbus lopen, want dat wil ik toch wel volhouden. Daar zagen Christa en ik dit aankomen.

Ik zat in de serre toen het begon te regenen. Nou, ik had het wel vaker horen regenen maar toen ik de hagelstenen op het dak kapot hoorde slaan ben ik toch maar even in het atelier gaan schuilen. Als de stenen door het dak zouden komen dan wel zonder dat ik er onder zat.
Na de korte maar hevige bui bleek de serre droog!!!!!!!
Van overal in onze twittersfeer kwamen berichten van overstromingen en verwoestingen maar onze serre was droog en nog heel!!!!
En toen deden we de deuren open.
Het gootje stond vol water,zo'n 10cm diep. Tot AAN de drempel. Binnenkort toch maar eens het verder af laten werken want deze bui was wel hevig maar niet zo lang.
Goed. Het water bleef dan wel buiten, twee kleine salamandertjes vonden wel hun weg naar binnen. Dat ontlokte Christa nog een noodkreet! En vanochtend vonden we een dode muis in Charlie's etensbakje. Jeetje vindt waarschijnlijk dat wij hem niet genoeg eten geven.
Onze auto's hebben geen schade, maar de auto van de thuishulp zat van voor tot achter onder de pitten. En zo schijnt het in Terneuzen te gelden voor een aantal straten vol auto's.
Eindelijk dan toch
Afgelopen vrijdag bij de neuroloog geweest voor de uitslag van de MRI.
“Uw rug is versleten maar dat wist u natuurlijk al.”
“Nou nee, dat wist ik niet, want iedereen had altijd gezegd dat er niets te zien was of niets bijzonders te zien was.”
“O.... dan laat ik u het even zien.
Hier bij L4-L5 ziet u dat de tussenwervelschijf helemaal zwart is en daar boven en beneden wat lichter.” Na wat overleg blijkt dat ook de plek die in 2003 geopereerd is.
“En als we dan wat dieper gaan kijken ziet u dat er links een kleine uitstulping is maar rechts is het echt slecht. Niet alleen is daar de tussenwervelschijf uitgestulpt er is ook duidelijk te zien dat ook de wervel niet heel meer is. En dat verklaart ook waarom u rechts meer last heeft dan links.”
“En de meralgia?”
“Nou, in het licht van dit lijkt het mij dat die er niet is.”
En nu, als ik van de pijnstillers af wil zal ik wat anders moeten. Naar de pijnpoli. Ja, maar daar bent u natuurlijk al wel een paar keer geweest. Jaaaaaaa maar dan voor de meralgia, niet voor slijtage.
Dus nu een nieuwe diagnose, misschien is dit dan wel de moeder aller diagnoses.
Dat ik een aantal jaar met een verkeerde diagnose het bos in ben gestuurd gaan we maar niet over nadenken. Dat die roos op mijn been voor de pijnbestrijding nu daar voor nop zit doe ik ook maar laconiek over.
Ik ben toch wel tevreden, ondanks dat ik dan nu weet dat ik er echt nooit en te nimmer meer vanaf kom. Nu weet ik tenminste wat er aan de hand is. Dat het niet een huidzenuw is van mijn bovenbeen die iets mankeert maar gewoon de hele bundel zenuwen en dat het ook niet veroorzaakt wordt door overgewicht. Wat dat aangaat heeft de eerste neuroloog toch wel een beetje gelijk gekregen. Ik ben nu 15 van de 20 kilo kwijt die hij aanraadde om de meralgia kwijt te raken en inderdaad, ik ben de meralgia kwijt. Sterker nog... ik heb hem nooit gehad.
Maandag maar het nieuws vertellen aan de bedrijfsarts want die vindt me nog steeds een aansteller heb ik regelmatig het gevoel. Misschien is dit dan een diagnose die zij medisch objectiveerbaar vindt.
En ik kan nu gerichter op zoek gaan naar revalidatie, gerichter op zoek gaan naar pijnbestrijding en natuurlijk weet ik nu ook dat ik nooit meer hele avonden voor de televisie kan hangen of achter de pc zitten.
Mijn trouwe loopmaatjes
Ze klagen nooit dat het te kort of te lang is.
Charlie en
Rolletje. Eigenlijk doet het er niet toe hoe ze heten als ze maar meegaan.
Charlie en Ach in overleg of Ach mee zal gaan maar dan moet wel gecontroleerd worden of hij wel echt beter is. Ach is nog nooit meegelopen, althans nooit verder dan de garage.
Jeetje daarentegen probeert altijd wel mee te lopen maar is zo nu en dan niet op tijd thuis om mee te gaan.
Met een beetje aanpassingen aan het grindpad
kan ik eindelijk beginnen aan de tocht naar de lantarenpaal.
Op heel goeie dagen kan ik zelfs verder lopen, op wat mindere dagen in een keer heen en weer maar momenteel mag ik tijdens het rusten bij de paal genieten van het uitzicht.
:: Next >>


















Reacties